Le Mans 24 Hours 9 & 10 juni 1979

Porsche zou het makkelijk moeten hebben in 1979. Renault had zich na de overwinning van 1978 op de Formule 1 gericht en andere grote merken deden niet mee. Maar in een door regen geteisterde race liep alles anders en won er inderdaad een Porsche, maar het was een door een privéteam ingeschreven GT.
Voor Le Mans had Porsche op het laatste moment de twee 936's (winnaars in 1976 en 1977) afgestoft om de overwinning te kunnen behalen, maar had dat achteraf bezien beter kunnen laten. Beide auto's gingen voortijdig kapot en maakten zo de weg vrij voor de 935's van de teams Kremer en Loos.
Bill en Don Whittington waren twee steenrijke Amerikanen. In 1979 vormden ze samen een team met Klaus Ludwig en konden ze beschikken over de beste Porsche 935 van Kremer. Als enige team beschikten ze over een auto met een speciaal koetswerk met ground-effect. Dankzij een speciale vormgeving van onderkant en zijkanten 'zoog' de wagen zich vast aan het circuit.
Met een ambitieuze Ludwig achter het stuur was de wagen in de trainingen slechts vijf seconden langzamer geweest dan de fabrieks Porsche’s 936. In handen van Ludwig wel te verstaan, want de Whittingtonnetjes waren duidelijk langzamer, maar wel rijker… Vlak voor de start, Ludwig zat al in zijn veiligheidsgordels , kochten de broertjes de wagen a contant van Kremer over, zodat zij konden bepalen dat Bill de race zou starten. Regen en pech van de 936’s zorgden ervoor dat het team de nacht uit kwam als leider, maar toen , met nog minder dan drieënhalf uur te rijden knapte het riempje van de injectiepomp en stond Don Whittington stil op de Hunaudières.
In de pits brak paniek uit bij het hele team. De volgende 935 lag vijftien ronden achter, dus alles kon nog. Die tweede 935 bleek de auto van Barbour en acteur Paul Newman!
Een reserveriempje is aan boord en Don is een handige jongen. Intussen gaf Barbour gas en om elf uur maken zij een routinestop. Banden wisselen, maar rechtsvoor zit een wielmoer muurvast. Grote paniek, er moest een zaag aan te pas komen.
Intussen, na een half uurtje, is Don klaar, maar het reserveriempje breekt direct. Don stapt uit en opent de kap. Hij ontdekt nog een riempje om de dynamo dat eraf kan. Maar dat riempje is niet getand, en blijkt ook iets te lang. Bij Barbour zijn ze ondertussen klaar. Alle wielen zitten erop en Stommelen neemt over.
Don knutselt verder, hij rolt bijna een hele rol plakband, ook aan boord, om het aandrijfpunt van de pomp, past het riempje, en start de motor. Het riempje slipt, er moet nog wat tape bij, maar bij een tweede poging loopt de motor. Uiterst voorzichtig rijdt Whittington naar de pits. Daar brengen de monteurs het zaakje weer helemaal op orde. Pas na twaalven verlaat broer Bill de pits. Van de vijftien ronden voorsprong zijn er nog slechts drie over. Alles kan nog steeds, maar plots geeft de motor van de achtervolgende Porsche de geest. Om twee uur valt de vlag. Een auto die anderhalf uur heeft stilgestaan wint Le Mans dankzij een rolletje plakband!
|
Plankgas over het slechte pad
De racecarrière van de Whittington broertjes is echter van korte duur en eindigt in de gevangenis.
Na hun overwinning in Le Mans nemen de broertjes allebei vijf keer deel aan de Indy 500. Hun jongste broer Dale gaat in 1982 ook van start op Indianapolis, maar veroorzaakt zo’n groot ongeval dat Mario Andretti dreigend tegen Bill en Don roept dat hij hun handel en wandel aan de grote klok zal hangen als ze Dale nog een keer laten rijden. De twee oudste broers zijn dan reeds eigenaars van het circuit Road Altlanta, waar ’s nachts vaak kleine vliegtuigjes landen met verdachte ladingen. De racebaan is ook een perfecte witwasmachine. Omdat de toeschouwers altijd cash betalen. De lokale bank krijgt dan ook vaak tonnen dollars te verwerken, zogezegd de opbrengst van een onbeduidende race…
Bill krijgt in 1986 vijftien jaar celstraf voor belastingontduiking en drugssmokkel . Zijn broer Don gaat een jaar later voor 18 maanden de gevangenis in voor het witwassen van drugsgeld. Ze worden tevens voor 7 miljoen dollar kaalgeplukt.
Na zijn straf te hebben uitgezeten, gaat Bill naar een bank in Delaware waar een schat aan gouden munten ligt, die de Whittingtons, toen ze werden ‘uitgekleed’, hebben verzwegen. Als hij de munten in ontvangst neemt, tikken de politie hem ineens op de schouder om ze alsnog in beslag te nemen.
Dale, die in 1986 de gerechtelijke dans ontspringt, wordt in 2003 – op Vaderdag – door zijn zoon dood gevonden: Overdosis.
|